1. Het stoplicht springt op groen. Net als je over wilt steken, zegt een onbekende: 'Ik zal je wel effe helpen.' Jij...
... vindt het vervelend maar durft er niks van te zeggen.
... denkt: 'Een beetje vreemd is het wel, maar ach nou ja.'
... zegt rustig: Heel vriendelijk van u, maar het is helemaal niet nodig.'
... roept: 'Wegwezen bemoeial! Of ik zal jou eens effe helpen.'
2. In een druk café zit je druk te praten met je vriendin. Zij heeft geen handicap. Een kennis van je vriendin komt bij jullie staan. 'Wat wil die daar drinken?, vraagt hij aan je vriendin terwijl 'ie naar jou wijst. Wat doe je?
Je verlaat het café. Je was er tenslotte om met je vriendin te praten, niet om een of andere debiel uit te leggen wat je handicap inhoudt.
Je zegt vriendelijk: 'Als je duidelijk praat, versta ik je prima.'
Je zegt niks en wacht tot je vriendin jouw favoriete drankje bestelt. Hoef je tenminste niet te schreeuwen.
Je zegt luid en duidelijk: 'Ik lust wel een glas champagne. Of weet je: doe maar een hele fles.'
3. Wow, Robbie Williams is live wel heel erg goed. Terwijl je aan het swingen bent, gaat er ineens iemand voor je staan. Ja hallo, zo zie je dus niks. Wat doe je?
Je probeert ergens anders terecht te komen waar je wel uitzicht hebt.
Je denkt: ach who needs een uitzicht? Alleen de muziek is ook prima.
Je botst hard tegen diegene aan en je schreeuwt: 'Ik wil ook wat zien, ja!'
Je trekt zachtjes maar dringend aan z'n shirt, en vraagt of je er langs mag.
4. Heel gezellig zo met een hele groep stappen. Als jullie bij de disco zijn, wil iedereen swingen. Hou jij onze tassen even in de gaten?' vragen een paar lui uit de groep. Jij...
... vindt het vervelend, maar doet er niet moeilijk over, je gaat toch niet swingen.
... zegt kwaad: 'Ik ben geen bewaarschool. Ik wil ook swingen.' En je smijt de tassen de disco door.
... wordt een beetje overrompeld door de vraag en kan niet meer uitbrengen dan: 'Oké.'
... zegt eerlijk dat je dit geen leuke vraag vindt, omdat je misschien ook wel wilt swingen.
5. Je bent eindelijk aan de beurt bij de slager. Net als je wilt zeggen wat je wilt hebben, zegt de slager: 'Och, geef mij je boodschappenbriefje maar.' Wat doe je?
Je zegt: 'Dat ik een handicap heb, wil nog niet zeggen dat ik achterlijk ben. In ieder geval lang niet zo achterlijk als jij!'
Je geeft 'm het briefje maar, ben je van het gezeur af.
Je doet net alsof je het niet gehoord hebt en bestelt ijskoud een pondje half om half.
Je zegt: 'Dank u voor 't aanbod, maar ik kan mezelf prima redden.'