1. Je bent uit eten. De bediening laat wel lang op zich wachten. Hè, wat is dat nou? Laat hij die mensen voorgaan? Jij was toch echt eerder. Wat doe je?
Je vindt het vervelend maar durft er niks van te zeggen.
Je denkt: 'Een beetje vreemd is het wel, maar hij zal zo wel naar dit tafeltje komen,'
Je vraagt rustig wanneer jouw tafeltje aan de beurt is.
Je staat op en roept dreigend: 'Als ik nou niet snel aan beurt ben...!'
2. In een druk cafe sta je geanimeerd te praten met vrienden. Een kennis van een van de anderen komt bij jullie staan. Je vraagt of hij ook wat wil drinken. Hij mompelt iets wat je niet verstaat. Dus je vraagt of hij het nog een keer, langzaam en duidelijk wil zeggen. Hij kijkt verbaasd en zegt tegen de anderen: 'Wat is er met die daar aan de hand?' Wat doe je?
Je verlaat het café. Je was er tenslotte om met je vriendin te praten, niet om een of andere debiel uit te leggen wat je handicap inhoudt.
Je zegt nog eens vriendelijk: 'Als je duidelijk praat, met je gezicht naar me toe, dan versta ik je prima.'
Je zegt niks en wacht tot een ander iets te drinken gaat halen.
Je staat op om alleen voor jezelf en jouw vrienden nog een rondje te bestellen. Terwijl je naar de bar loopt bots je zogenaamd per ongeluk tegen die botterik op.
3. Interessant hoor, die lezing. Terwijl je ingespannen bezig bent de spreker te volgen, gaat er ineens een lange vent pal voor je neus zitten. Ja hallo, zo zie je dus niks meer. Wat doe je?
Je probeert de spreker te volgen zonder dat je die kunt zien.
Je gaat zelf een beetje opzij zitten en toch nog wat te kunnen zien. Na de pauze zoek je een andere plek.
Je trekt die joker hardhandig opzij van zijn stoeltje
Je tikt die jongen zachtjes op zijn schouder en vraagt hem vriendelijk of hij misschien een wat opzij wil gaat zitten, zodat jij de spreker weer kunt zien.
4. Heel gezellig zo met een hele groep op stap. In allerlei kroegen kun je lekker kletsen. Plotseling stellen je vrienden voor om naar die drukke disco te gaan. Ze weet toch dat jij dat niet leuk vindt. Met al die herrie is het voor jou erg lastig om contact te maken. Jij...
... zegt er maar niks over, je wilt niet ongezellig zijn.
... gaat onmiddellijk naar huis, terwijl je roept: 'Met jullie ga ik dus nooit meer stappen.'
... denkt: 'Ach wat, dansen is ook leuk, dan maar even niet kletsen.'
... zegt eerlijk dat je dit geen leuk idee vindt.
5. Je bent eindelijk aan de beurt bij de slager. Hij begint voor jou vlees te snijden. Met zijn rug naar je toe vraagt hij je iets, maar door de drukte en het geroezemoes hoor je het niet. De slager keert zich om en zegt ongeduldig: 'Kop op, geef mij je boodschappenbriefje maar even.' Wat doe je?
Je zegt: 'Hé zeg, ik ben niet achterlijk. In ieder geval lang niet zo achterlijk als jij!'
Je geeft 'm het briefje maar, ben je van het gezeur af.
Je doet net alsof je het niet gehoord hebt en je gaat gewoon door met bestellen.
Je zegt: 'Dank u voor 't aanbod, maar als u met uw gezicht naar me toe spreekt kan ik u prima verstaan.'